"Met een gigantische database aan informatie is de kans groot dat ook één van jouw voorvaderen daarin zijn sporen heeft nagelaten" belooft de auteur van FootNote. Dacht van niet, zeker niet voor 99% van de Nederlandse bevolking. Wel natuurlijk interessant om geëmigreerde aftakkingen op te sporen. Maar we zouden FootNote te kort doen als we het alleen op het genealogische nut beoordelen. Zo kun je de verslagen van de geallieerde conferenties op Malta en in Jalta bestuderen of de verhoren van het Neurenbergtribunaal. De functie voor leessuggesties zijn evenwel abominabel. Links de verhoren van oorlogsmisdadigers, rechts de suggestie "you might also look at" met foto's van een man met pitbull, gelukkig gezinnetje of andere onzin. De foto's worden er duidelijk ad random bijgeplaatst. Zulke onzin mag volgens mij niet op de NA-site. Wanneer je zo'n functie inbouwt, moeten de adviezen serieus zijn. Dat doet Amazon veel beter. Anders kun je beter net als google een knop maken "doe maar een gok": Kwaliteit is onze reclame
Om eerlijk te zijn, had ik me van FootNote veel voorgesteld, maar het viel toch wat tegen. In de eerste plaats was de performance erg slecht, maar dat zal wel weer aan ons veelgeprezen netwerk hebben gelegen. Elke klik kostte me 20 seconden. Met name de bijdragen uit het publiek waren beperkter dan ik hoopte. Wanneer je vluchtig kijkt, zie je dat vooral (familie)foto's worden geupload. Dat is natuurlijk niet helemaal onlogisch: hoeveel mensen hebben thuis archiefmateriaal liggen. En oude foto's zijn natuurlijk ook vaak spannend. De tekstuele bijdragen betreffen vooral kleine correcties of persoonlijke reacties dat men iets leuk vindt. Zeg maar de dorpspomp, maar dat kan natuurlijk wel een functie vervullen bij klantenbinding. Mensen willen nu eenmaal graag zenden, liever dan ontvangen. Dan is nog de nadere ontsluiting op persoonsnamen en plaatsnamen. Dat is natuurlijk wel interessant, mits het massaal gebeurt. Zo kan het publiek helpen de collectie nader toegankelijk te maken, maar voor die optie hebben we al lang geleden gekozen. De wijze waarop vond wel aardig: een stuk tekst met een kader markeren en de transcriptie koppelen aan een categorie (naam, of datum of plaats). Alhoewel: nog een paar jaar hard werken en dan is dit allemaal niet meer nodig. Dan googelt Scratch automatisch in handschriften. De functies en mogelijkheden in FootNote zijn talrijk. Misschien wel te talrijk, soms zie je door de bomen het bos niet mee. Op een of andere manier vind ik de navigatie daarom nog niet optimaal. Waarschijnlijk went het als je er vaker mee werkt, maar ik raakte regelmatig de weg kwijt. Kern in #21 is natuurlijk het netwerk van bezoekers gekoppeld aan de collectie en dat zijn we zelf toch al aan het bouwen in NA4all?
Uiteraard moet je bij dit soort websites altijd op je hoede blijven of de informatie klopt. Zo zag ik dat ene CvanderVen twee jaar geleden (ja, onze trendsetter is er altijd snel bij, al zat ene Yhoitink - wie anders - hem al een week later op de hielen) scans van kaarten van Willemstad plaatste. Een city in the North West of Brabant plaats noemde hij dat. Nu zijn de kaarten wel eigendom van het BHIC, maar Willemstad was ten tijde van deze kaarten, toch écht een Hollandse stad en wel "in the South East". Dat veranderde pas in de Bataafs-Franse tijd.
P.S.: dat larmoyante verhaal van die soldaat zonder naam in de cursustekst komt niet uit FootNote maar uit The New York Times.
woensdag 18 november 2009
dinsdag 17 november 2009
ding # 20
Laten we het maar kort houden: LastFM sucks. Blip werkt al een stuk prettiger. Maar heb je er wat aan? Zelden vind ik iets dat me interesseert. Ik had nu juist gehoopt op een site waar je net als boekenliefhebbers een catalogus kan maken van je muziekcollectie en met behulp van de wisdom of the crowd en tagging snel door mijn collectie te kunnen zoeken. Maar LastFM meldt 9 van de 10 keer "oops error connecting" na eerst een eindeloze buffering. En dan krijg je nog maar 30 seconden geluid. Blib geeft wel volledige nummers maar niet altijd de specifieke versies die ik zoek. Dan kan ik beter rechtstreeks naar Amazon.com gaan en passages beluisteren of naar YouTube. (Ter zijde: niet iedereen weet dat je op de Franse site of Duitse site of Engelse site van Amazon andere nummers kunt vinden dan op de Amerikaanse). Dat doe ik regelmatig en soms urenlang als ik internet verken op zoek naar uiteenlopende versies van een bepaald stuk muziek of als ik iets op de radio heb gehoord of als ik een concert wil boeken en van te voren wil weten wat de zangers of musici kunnen. En of het Nationaal Archief er wat aan heeft? Laten we ding # 20 maar snel vergeten en ons concentreren op echt belangrijke zaken.
ding # 19
Dat digitale sociale netwerken een belangrijke functie hebben, bewijst de populariteit van de uiteenlopende sites. Blijft de vraag: hebben ze een functie voor het Nationaal Archief of voor mijzelf.
Common interest communities als genealogische websites, Schoolbank en consumenten websites zijn wel sociale netwerken, maar bij ding #19 gaat het toch vooral om een specifiek type netwerk zoals Hyves of Facebook, waarin je uitgebreid in een profiel je persoonlijkheid beschrijft en koppelt aan die van anderen. Zoals een van de begeleidende cursusteksten stelt: "Daarbij gaat het niet zozeer om een onderwerp waaromheen mensen zich groeperen, maar draait het vooral om JOU"
Ondanks intensief bezoek aan verschillende netwerksites heb ik van dat type "alles draait om jou" netwerken geen voordeel voor het Nationaal Archief kunnen ontdekken. Een site als Archief 2.0 is als netwerk van vakgenoten met wie je kennis kunt uitwisselen natuurlijk wel handig, maar is een common interest community en overstijgt het Facebook / Hyves niveau. Ik ben bijna vanaf dag 1 al een regelmatige lurker van Archief 2.0, toen er nog slechts een stuk of vijf met naam bekende deelnemers waren, de koene ridders van het digitale archiefwezen. (). Persoonlijk heb ik geen behoefte actief deel te nemen aan digitale netwerken; ik heb mijn handen al vol aan mijn fysieke relaties. Met bewondering (dat meen ik serieus, maar ook verwondering) zie ik hoe enkele collega's overal op internet in sociale netwerken opduiken en actief zijn. Waar halen ze de tijd en de inspiratie vandaan, want ze blijken ook nog een boek per dag te lezen en te recenseren, voor vrienden te koken, films en concerten te bezoeken en sport te plegen. En bijna elk uur reageren ze op elkaar. Een vervelend aspect van sociale netwerken is dat je binnendringt in iemands privéleven. De betrokkene heeft weliswaar alles vrijwillig op internet gezet, maar af en toe vind ik het toch gênant kennis te nemen van sommige zaken Met een beetje doorklikken kun je bovendien allerhande verbindingen leggen die een onbedoelde kijk op iemands privéleven kunnen geven. Zo merkte ik enkele jaren geleden dat een medewerker 's morgens vaak uren te laat op het werk kwam en slecht presteerde wegens een game-verslaving en bijbehorend sociaal netwerk. Ik las bijvoorbeeld dat 's morgens om 5:56 nog werd gediscussieerd met ene Topaz Weapon, waarna om 8:20 te lezen viel "Now a tired day at work so busy on fun things to stay awake hehe. (...) Best try to get more work done now...". Ook werd ik eens door collega's opmerkzaam gemaakt dat een (overigens zeer gewaardeerde) collega die serieus ziek was regelmatig op diverse sociale netwerksites actief was, wat tot de nodige achterklap leidde. Ook in de digitale wereld bestaan mensen die met het glas tegen de wand de buren afluisteren.
Met name voor jongeren zijn Hyves en Facebook natuurlijk prachtige instrumenten om een vriendenkring te ontwikkelen en zekerheden en onzekerheden te toetsen. En gezondheidsnetwerken waarbij deelnemers met eenzelfde aandoening met elkaar gegevens kunnen uitwisselen en elkaar mentaal kunnen ondersteunen zijn uiterst zinvol, een soort virtuele mantelzorg. Bij sommige common interest sociale netwerken als Schoolbank zou ik misschien zelfs wel actief deelnemen als het gratis was, maar na de aanloopperiode ging ook hier de meter lopen.
Na enkele uitnodigingen voor LinkedIn heb ik me enige tijd geleden aangemeld en accepteer ik braaf alle uitnodigingen om vriendjes te worden. Aanleiding was het inwinnen van informatie over een sollicitant. Net als de meeste deelnemers neem ik alleen passief deel. Dat zal wel veranderen wanneer ik actief behoefte heb dat netwerk aan te spreken, bijvoorbeeld voor een nieuwe functie of het vervullen van een vacature, maar voorlopig heb ik geen behoefte aan personal branding.
Common interest communities als genealogische websites, Schoolbank en consumenten websites zijn wel sociale netwerken, maar bij ding #19 gaat het toch vooral om een specifiek type netwerk zoals Hyves of Facebook, waarin je uitgebreid in een profiel je persoonlijkheid beschrijft en koppelt aan die van anderen. Zoals een van de begeleidende cursusteksten stelt: "Daarbij gaat het niet zozeer om een onderwerp waaromheen mensen zich groeperen, maar draait het vooral om JOU"
Ondanks intensief bezoek aan verschillende netwerksites heb ik van dat type "alles draait om jou" netwerken geen voordeel voor het Nationaal Archief kunnen ontdekken. Een site als Archief 2.0 is als netwerk van vakgenoten met wie je kennis kunt uitwisselen natuurlijk wel handig, maar is een common interest community en overstijgt het Facebook / Hyves niveau. Ik ben bijna vanaf dag 1 al een regelmatige lurker van Archief 2.0, toen er nog slechts een stuk of vijf met naam bekende deelnemers waren, de koene ridders van het digitale archiefwezen. (). Persoonlijk heb ik geen behoefte actief deel te nemen aan digitale netwerken; ik heb mijn handen al vol aan mijn fysieke relaties. Met bewondering (dat meen ik serieus, maar ook verwondering) zie ik hoe enkele collega's overal op internet in sociale netwerken opduiken en actief zijn. Waar halen ze de tijd en de inspiratie vandaan, want ze blijken ook nog een boek per dag te lezen en te recenseren, voor vrienden te koken, films en concerten te bezoeken en sport te plegen. En bijna elk uur reageren ze op elkaar. Een vervelend aspect van sociale netwerken is dat je binnendringt in iemands privéleven. De betrokkene heeft weliswaar alles vrijwillig op internet gezet, maar af en toe vind ik het toch gênant kennis te nemen van sommige zaken Met een beetje doorklikken kun je bovendien allerhande verbindingen leggen die een onbedoelde kijk op iemands privéleven kunnen geven. Zo merkte ik enkele jaren geleden dat een medewerker 's morgens vaak uren te laat op het werk kwam en slecht presteerde wegens een game-verslaving en bijbehorend sociaal netwerk. Ik las bijvoorbeeld dat 's morgens om 5:56 nog werd gediscussieerd met ene Topaz Weapon, waarna om 8:20 te lezen viel "Now a tired day at work so busy on fun things to stay awake hehe. (...) Best try to get more work done now...". Ook werd ik eens door collega's opmerkzaam gemaakt dat een (overigens zeer gewaardeerde) collega die serieus ziek was regelmatig op diverse sociale netwerksites actief was, wat tot de nodige achterklap leidde. Ook in de digitale wereld bestaan mensen die met het glas tegen de wand de buren afluisteren.
Met name voor jongeren zijn Hyves en Facebook natuurlijk prachtige instrumenten om een vriendenkring te ontwikkelen en zekerheden en onzekerheden te toetsen. En gezondheidsnetwerken waarbij deelnemers met eenzelfde aandoening met elkaar gegevens kunnen uitwisselen en elkaar mentaal kunnen ondersteunen zijn uiterst zinvol, een soort virtuele mantelzorg. Bij sommige common interest sociale netwerken als Schoolbank zou ik misschien zelfs wel actief deelnemen als het gratis was, maar na de aanloopperiode ging ook hier de meter lopen.
Na enkele uitnodigingen voor LinkedIn heb ik me enige tijd geleden aangemeld en accepteer ik braaf alle uitnodigingen om vriendjes te worden. Aanleiding was het inwinnen van informatie over een sollicitant. Net als de meeste deelnemers neem ik alleen passief deel. Dat zal wel veranderen wanneer ik actief behoefte heb dat netwerk aan te spreken, bijvoorbeeld voor een nieuwe functie of het vervullen van een vacature, maar voorlopig heb ik geen behoefte aan personal branding.
maandag 16 november 2009
ding #18

Met het ordenen van boeken begon ik al tijdens mijn middelbareschooljaren. Groene plakbandjes voor literatuur, oranje plakbandjes voor geschiedenis, gele plakbandjes voor (populair) wetenschappelijke publicaties. Zolang ik een beperkt aantal boeken bezat, was dat eigenlijk overbodig. Ik had het overzicht in mijn hoofd, maar ordenen is vooruitzien. Toen het aantal boeken gestaag groeide, had ik echter zoveel tijd nodig om ze te lezen, dat ik de plakbandjes even gestaag achterwege liet, niet in het minst omdat ik begon te beseffen dat boeken vaak onder meerdere kleuren konden vallen. De video van Wim de Bie is daarom erg herkenbaar. Catalogiseren was zinloos. En hoe vaak komt het nu helemaal voor dat je een uitgelezen boek nog eens ter hand nam. Dat classificeren is ook eigenlijk een 19e eeuwse afwijking die samenhangt met schedelmeten: Lombroso voor de boekenplank.
Het taggen van boeken in een digitale omgeving maakt het allemaal wat makkelijker, want daar gaat het om vinden in plaats van ordenen. Maar hier geldt een nieuwe beperking: zolang je minder dan 200 boeken invoert, is invoer in een zoeksysteem onzinnig want die ken je immers uit je hoofd, en wanneer je er meer dan 200 wil invoeren, gaat de meter lopen. Net als zo vele andere webapplicaties gelden hier de wetten van de pusherman: geef een beetje gratis weg en incasseer zodra de gebruiker er afhankelijk van wordt. Want je virtuele catalogus bestaat natuurlijk alleen zolang je er voor betaalt. Geen geld geen Zwitsers, dus zodra je de betaling staakt gaat je zorgvuldig opgebouwde catalogus dezelfde weg als de DIVA discussielijst. Voor mij persoonlijk heeft LibraryThing dus weinig nut. Ik heb het echt geprobeerd, maar het licht niet gezien. Zo kwam ik in LibraryThing bij een zoektocht op Hamlet in een wirwar van mogelijkheden, waaronder de groep De Globe, met talloze personen die schrijven hoe goed ze het toneelstuk vinden (dat wist ik al), maar weinig informatie waar je iets aan hebt. Dan kun je toch beter rechtstreeks googelen en met een beetje geluk kom je al snel bij YouTube terecht met de historische Laurence Olivier vertolking en dan kom je echt voor de gewetensvraag: wat was beter, het boek of de film.
Maar LibraryThing gaat natuurlijk helemaal niet om boeken; het gaat om het sociale netwerk waarbij het boek het excuus is om contacten aan te knopen.
Voor intensieve boekenlezers zal LibraryThing vast een handig hulpmiddel zijn. Hoewel? Nadat ik het boek Kees de Jongen van Theo Thijssen heb toegevoegd, vind ik echt niet dat 18 december a.s. in Haarlem het op dit boek gebaseerde toneelstuk van Gerben Hellinga opnieuw in premiere gaat.
Vorige maand heb ik dan eindelijk na het opknappen van de zolder 40 verhuisdozen met boeken uitgepakt. De meeste zaten al meer dan tien jaar te wachten om het daglicht te zien. Je kent dat wel: je wilt ze niet weggooien (van sommige weet ik dat er slechts enkele in Nederland bestaan) maar om nou te zeggen dat ik ze erg gemist heb, niet echt. Alleen die ene natuurlijk, voor dat onbewoonde eiland.
maandag 2 november 2009
ding #17
Genealogie is voor mij het meest gevaarlijke onderdeel van 23 Archiefdingen. Sinds mijn middelbare schooltijd is genealogie al mijn hobby (na deze bekentenis word ik door mijn collega's gelijk niet meer serieus genomen, vrees ik) en sinds 1971 lid van de NGV. Veel collega's waren toen nog niet eens geboren. Ik herinner me een gesprek met Joyce Pennings rond 1995 die me vertelde dat het Algemeen Rijksarchief (waar ze toen nog werkte) een klantenonderzoek had gehouden waaruit bleek dat genealogen de belangrijkste bezoekersgroep waren, maar dat dit rapport voorlopig geheim werd worden. Waarom heb ik nooit begrepen. Unwelcome information.
De nieuwe webmogelijkheden verleiden je als genealoog bij 23 dingen opdrachten al snel tot allerlei tijdvretende zijpaden. Desondanks had ik me nog nooit bij StamboomForum aangemeld. Gelijk maar gedaan. Over het NA wordt in mijn beleving weinig gediscussieerd. Zoveel biedt het NA stamboomjagers ook niet in vergelijking tot andere archiefinstellingen. Het Brabants Historisch Centrum en het Stadsarchief Amsterdam bijvoorbeeld doen het op genealogisch gebied veel beter. Dat zijn sites waar ik zelf geregeld langs kom. Ik ben dan ook niet verbaasd dat gebruikers van ArchiefForum de NA website met een 5,5 waarderen. Bij de laatste 400 websiterecensies zat er één bij over het NA en die ging dan nog over Genlias. Ik verwacht wel dat dat straks verandert met de nieuwe NA4all-website waarin ook onze vele verstopte indices in één keer doorzoekbaar worden. Want het NA heeft natuurlijk wel veel te bieden. Nu al, maar zelfs zoekmachine Hennekam kwam er pas in augustus achter dat de NA-website een handige pagina bevat waarin op trefwoord onze indexen gevonden kunnen worden: http://www.nationaalarchief.nl/collectie/help/atotz/. Kenmerkend: ik wist het zelf ook niet.
En natuurlijk komen genealogen niet alleen maar halen. Ze komen maar al te graag ook veel brengen. Genealogen zijn gratis medewerkers voor het aanleveren, verbeteren en koppelen van de data. De ideale onbezoldigde web 2.0 medewerkers. In een archief 2.0 omgeving ben je dan meteen af van een vervelend trekje van genealogen: het eindeloos lastig vallen van derden van personen in hun stambomen, dat in studiezalen bovendien vaak nogal luidruchtig gebeurt, waardoor zowel onderzoekers als studiezaalmedewerkers radeloos worden. Een inmiddels gepensioneerde collega in Amsterdam begon zijn bezoekers zelfs te slaan en mocht daarom geen studiezaaldiensten meer draaien. Een fysieke scheiding van de typen bezoekers, zoals steeds meer archiefdiensten hebben doorgevoerd, doet natuurlijk ook wonderen. Een combinatie van archief 2.0 en genealogie 2.0 zorgt ervoor dat de genealogen elkaar bezig houden en wij ons wat meer op de wetenschappelijke onderzoekers kunnen richten. Het zijn overigens geen elkaar uitsluitende bezoekersgroepen. Er zijn er genoeg die net als ik tijdens werkuren de wetenschap dienen en in de spaarzame vrije uurtjes de voorouders. Mooie gedachte toch wel, vandaag op Allerzielen. Zullen we daar dan maar meteen de Nationale Genealogendag van maken?
De nieuwe webmogelijkheden verleiden je als genealoog bij 23 dingen opdrachten al snel tot allerlei tijdvretende zijpaden. Desondanks had ik me nog nooit bij StamboomForum aangemeld. Gelijk maar gedaan. Over het NA wordt in mijn beleving weinig gediscussieerd. Zoveel biedt het NA stamboomjagers ook niet in vergelijking tot andere archiefinstellingen. Het Brabants Historisch Centrum en het Stadsarchief Amsterdam bijvoorbeeld doen het op genealogisch gebied veel beter. Dat zijn sites waar ik zelf geregeld langs kom. Ik ben dan ook niet verbaasd dat gebruikers van ArchiefForum de NA website met een 5,5 waarderen. Bij de laatste 400 websiterecensies zat er één bij over het NA en die ging dan nog over Genlias. Ik verwacht wel dat dat straks verandert met de nieuwe NA4all-website waarin ook onze vele verstopte indices in één keer doorzoekbaar worden. Want het NA heeft natuurlijk wel veel te bieden. Nu al, maar zelfs zoekmachine Hennekam kwam er pas in augustus achter dat de NA-website een handige pagina bevat waarin op trefwoord onze indexen gevonden kunnen worden: http://www.nationaalarchief.nl/collectie/help/atotz/. Kenmerkend: ik wist het zelf ook niet.
En natuurlijk komen genealogen niet alleen maar halen. Ze komen maar al te graag ook veel brengen. Genealogen zijn gratis medewerkers voor het aanleveren, verbeteren en koppelen van de data. De ideale onbezoldigde web 2.0 medewerkers. In een archief 2.0 omgeving ben je dan meteen af van een vervelend trekje van genealogen: het eindeloos lastig vallen van derden van personen in hun stambomen, dat in studiezalen bovendien vaak nogal luidruchtig gebeurt, waardoor zowel onderzoekers als studiezaalmedewerkers radeloos worden. Een inmiddels gepensioneerde collega in Amsterdam begon zijn bezoekers zelfs te slaan en mocht daarom geen studiezaaldiensten meer draaien. Een fysieke scheiding van de typen bezoekers, zoals steeds meer archiefdiensten hebben doorgevoerd, doet natuurlijk ook wonderen. Een combinatie van archief 2.0 en genealogie 2.0 zorgt ervoor dat de genealogen elkaar bezig houden en wij ons wat meer op de wetenschappelijke onderzoekers kunnen richten. Het zijn overigens geen elkaar uitsluitende bezoekersgroepen. Er zijn er genoeg die net als ik tijdens werkuren de wetenschap dienen en in de spaarzame vrije uurtjes de voorouders. Mooie gedachte toch wel, vandaag op Allerzielen. Zullen we daar dan maar meteen de Nationale Genealogendag van maken?
zaterdag 24 oktober 2009
ding #16
YouTube is uiteraard een fundgrube voor allerhande onderwerpen. Wanneer je eenmaal op YouTube zit dreigt het gevaar dat je zo maar enkele uren kwijt bent. Het is leuk om je potentiële vakantiebestemming te bekijken, dikwijls zelfs inclusief video's van het beoogde appartement of hotel. En uiteraard kun je de solisten opzoeken van het concert of de opera die je van plan bent te bezoeken. Altijd wel iemand die stiekem vanaf het balkon een wazig filmpje heeft geschoten. En uiteraard een plek om video's te droppen die je op een eigen website of weblog wil afspelen. Zo heb ik al weer enige tijd geleden een videoportret uit 2002 over mijn vriend Fred Blei vanaf VHS gedigitaliseerd op YouTube gezet en in zijn website laten opnemen. (Waarom schildert iemand zijn leven lang hetzelfde thema). Oké, zijn website behoeft dringend vernieuwing, maar is er nog eentje met uurtje factuurtje ipv cms. Ga ik volgend jaar misschien wel wat aan doen als ik tijd vind. Nu opnieuw een kans om de video te embedden.
Heeft het Nationaal Archief nog iets aan YouTube en andere videohosting sites? Hier speelt vrijwel hetzelfde als bij podcasting: wat je niet hebt, kun je niet geven. Instructiefilmpjes zijn altijd mogelijk. Recent is de Ketelaarlezing door Martin Berendse op YouTube gezet. Goedgemeend, maar wie gaat anderhalf uur lang die negen video's bekijken? "Sis-is TV mèn." Het lijkt wel de goeie ouwe stoomtelevisie: radio met een plaatje. Zonder bewegend beeld is een audio potcast voldoende en eventueel een foto op de plek waar je de potcast kunt downloaden. Laat ik nog maar eens de heilige regel herhalen: Form Follows Function.
Heeft het Nationaal Archief nog iets aan YouTube en andere videohosting sites? Hier speelt vrijwel hetzelfde als bij podcasting: wat je niet hebt, kun je niet geven. Instructiefilmpjes zijn altijd mogelijk. Recent is de Ketelaarlezing door Martin Berendse op YouTube gezet. Goedgemeend, maar wie gaat anderhalf uur lang die negen video's bekijken? "Sis-is TV mèn." Het lijkt wel de goeie ouwe stoomtelevisie: radio met een plaatje. Zonder bewegend beeld is een audio potcast voldoende en eventueel een foto op de plek waar je de potcast kunt downloaden. Laat ik nog maar eens de heilige regel herhalen: Form Follows Function.
ding #15
Podcasts zijn natuurlijk reuzehandig. In de oudheid moesten we brieven sturen en geld overmaken om een cassettebandje te krijgen van een bepaalde radiouitzending. Erg omslachtig allemaal en slechts beperkt aangeboden. Radio on demand en TV on demand zijn steeds breder verkrijgbaar. En uiteraard al die music on demand. Probleem is alleen al die leuke dingen af te luisteren. Ik had al enkele podcasts op mijn Netvibes gezet, maar moet bekennen nog nooit vanaf deze plek een podcast te hebben gedownload. Zoiets doe je als het nodig is. Zoals dit voorjaar tijdens de halfjaarlijkse ontmoeting van mijn middelbareschoolvrienden. Deze keer was ik weer aan de beurt een programma te bedenken en ik koos voor een rondleiding door het Olympisch Stadion waar ik tenslotte naast woon. Het Olympisch is de laatste jaren steeds actiever geworden, heeft een uiterst leuke "experience" van 100 jaar sportgeschiedenis, inclusief rondleiding waar je alle sportspullen van je oude en nieuwe helden kunt bekijken. Daarnaast bieden ze een doe-het-zelf rondleiding in de omgeving op een audiospeler aan die je ook kunt downloaden vanaf Stadionplein FM in samenwerking met Radio/TV Noord-Holland. Wie een leuke wijkwandeling door de sportgeschiedenis wil kan de podcast hier rechtstreeks downloaden. 100Mb in Zipformaat.
Of podcasts iets voor archiefbeherende instellingen is? Zeker wel, wanneer je over leuke geluidsopnamen en video's beschikt. Voor het Nationaal Archief zal het alleen interessant zijn om bezoekers te begeleiden met hun onderzoek. Al vele jaren geleden zijn alle audiovisuele opnamen in beheer gegeven van wat nu Beeld en Geluid is, zonder een degelijke lijst op te stellen wat van het NA is. En aan de zorgdragers is zo vaak standaard verteld dat het NA niet de mogelijkheden heeft deze cultuurschatten deugdelijk te bewaren, dat ze doorgaans automatisch naar Beeld en Geluid gaan zonder tussenkomst van het NA. Zoals vroeger de "documentatie" gescheiden werd van de "archieven". In de regel werd elk drukwerk gezien als niet-archief. En het ministerie van Koloniën maakte een onderscheid tussen liggen en staan. Al het kaartmateriaal dat liggend was geborgen ging naar het Algemeen Rijksarchief. Alle kostbare atlassen en andere werken die rechtop stonden, werden geschonken aan de Rijksuniversiteit Leiden. Zonde zonde zonde. Wat zijn we toch veel mooie dingen misgelopen in de loop der jaren.
Of podcasts iets voor archiefbeherende instellingen is? Zeker wel, wanneer je over leuke geluidsopnamen en video's beschikt. Voor het Nationaal Archief zal het alleen interessant zijn om bezoekers te begeleiden met hun onderzoek. Al vele jaren geleden zijn alle audiovisuele opnamen in beheer gegeven van wat nu Beeld en Geluid is, zonder een degelijke lijst op te stellen wat van het NA is. En aan de zorgdragers is zo vaak standaard verteld dat het NA niet de mogelijkheden heeft deze cultuurschatten deugdelijk te bewaren, dat ze doorgaans automatisch naar Beeld en Geluid gaan zonder tussenkomst van het NA. Zoals vroeger de "documentatie" gescheiden werd van de "archieven". In de regel werd elk drukwerk gezien als niet-archief. En het ministerie van Koloniën maakte een onderscheid tussen liggen en staan. Al het kaartmateriaal dat liggend was geborgen ging naar het Algemeen Rijksarchief. Alle kostbare atlassen en andere werken die rechtop stonden, werden geschonken aan de Rijksuniversiteit Leiden. Zonde zonde zonde. Wat zijn we toch veel mooie dingen misgelopen in de loop der jaren.
Abonneren op:
Posts (Atom)
