zaterdag 24 oktober 2009

ding #14

Mijn eerste chatsessies dateren al weer van een kleine 15 jaar geleden. Dat was nog bij De Digitale Stad, DDS, de internetpioniers in een soort kleuren-DOS. De website, de stad, was opgebouwd in pleinen waaraan huizen lagen waarin van alles kon gebeuren. Nog steeds een ijzersterk model vind ik. Je had een postkantoor waar je berichten kon ontvangen en er waren verschillende café's waar je personen kon ontmoeten die in dezelfde soort informatieuitwisseling waren geïnteresseerd. Een openbare box, waar ook toen al werd gezeurd, geflamed, gescholden, gekankerd, gepest. Het "zullen we even apart gaan" duurde doorgaans niet lang en de meeste teksten kwamen niet veel verder dan wie ben je en wat doe je hier. Een beetje de gebruikelijke tekst die uit mobieltjes komt, dus hier bewijst zich een oerdrang van de mensheid. En als in een echt café waren er de habitué's die vonden dat ze de baas waren. Kennelijk al vanaf de start internet verslaafden. Die verschillende café's, bijvoorbeeld voor programmeurs, vrouwen, etc. sorteerden de bezoekers wel enigszins, maar waren toch na de eerste bezoeken weinig interessant. ICQ was een hele verbetering, je kon je eigen vrienden selecteren en sorteren. Maar in mijn werkelijke leven had en heb ik er weinig behoefte aan. Een telefoontje vind ik prettiger. Wel zag ik gelijk de uitdaging dat vrienden en familieleden die op grote afstand van elkaar wonen zo goedkoop rechtstreeks contact met elkaar kunnen onderhouden. Skype heeft die functie feitelijk onnodig gemaakt, al biedt IM vele extra mogelijkheden als het versturen van foto's en video's, maar dat kun je ook via e-mail. Voor een archiefbeherende instelling is een chatbox in feite niets anders als de medewerker aan de telefoon, of de 19e eeuwse meneer die brieven beantwoord of de 20e eeuwse mevrouw achter de infobalie in de studiezaal. U vraagt, wij draaien. Al@din bewijst dat IM desondanks een belangrijk instrument kan zijn. Je hebt er wel een enorme organisatie op de achtergrond voor nodig, want zoals bekend kan één dwaas meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden. Steeds vaker zal het antwoord moeten worden gegenereerd. Wanneer je in Al@din alleen maar als vraag het woordje "ja" intypt, krijg je nu al een hele reeks zinnige antwoorden. Het Nationaal Archief lijkt me te klein om zo'n instrument in de lucht te houden. Het zou een Archief 2.0 instrument moeten zijn van alle archiefinstellingen, misschien zelfs gekoppeld aan de bibliotheken. Uiteindelijk zit Beeld en Geluid ook in Al@din.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten