zaterdag 24 oktober 2009

ding #13

Twitteren is niets voor mij. In het lesmateriaal las ik dat het echte leven zich tussen blogpost en e-mail afspeelt en dat twitter daarvoor het instrument is. Nou bij mij niet dus, mijn leven ziet er toch heel anders uit en daar heb ik geen instrument voor nodig. In de media lees ik regelmatig dat twitteren niets is voor de jeugd, maar voor twintigers en dertigers. Wat twitteren voor archiefbeherende instellingen kan betekenen om beter en actiever met het publiek te communiceren, kan ik niet overzien. De "beste voorbeelden" die in de cursus gegeven worden, TweetDeck en Twhirl (het lijkt wel een komisch duo) zijn kennelijk inmiddels al weer opgeheven. De sociale gevolgen van twitteren worden vaak onderschat. Wanneer je iedereen vertelt dat je op vakantie bent, maak je het potentiële inbrekers wel heel gemakkelijk, maar dat geldt bijvoorbeeld ook voor al die vakantie blogs en (rouwadvertenties in de krant). Deze week nog bleken de sociale gevaren voor Ajax-voetballer Gregory van der Wiel, die vanwege een hersenschudding afzegt voor de oefenwedstrijd van Oranje in Australië en ondertussen twitterde dat hij Heineken Music Hall het concert van rapper Lil’ Wayne bijwoonde. Na alle ophef besluit hij zijn laatste tweet met "I am done with twitter, adios". Een soortgelijk incident speelde zich af bij een collega die met ziekteverlof was. Als twitteren al een handig instrument zou worden, moeten we er in elk geval nog mee leren omgaan en alert worden c.q. blijven op onbedoelde gevolgen. En dan blijkt het echte leven ineens toch niet meer (alleen) tussen blogpost en e-mail te zitten.
Tot slot nog een opmerking over de cursus. Wanneer in het cursusmateriaal staat "nadat je enkele dagen met Twitter bezig bent geweest", klopt de opzet dan nog wel dat voor 23-dingen 50 uren zijn ingeboekt? Ik ben daar al ver overheen en nauwelijks op de helft.

vrijdag 23 oktober 2009

ding #11 en #12

Al enige tijd heb ik ervaring met wiki's, zowel als gebruiker als productent. Het artikel Wiki beste kennistool voor bedrijven van Rudolf van den Berg was voor mij in zoverre leerzaam dat het helder uitlegt wanneer je een wiki moet inzetten en wanneer niet. Om die reden is de Wiki Nadere Toegangen een succes (want instrument om kennis te delen tussen alle participanten) en de wiki Collectiebeheer niet (omdat ik controle wilde houden over de (aanpassingen van) de content). De Wiki Collectiebeheer was meer een instrument om mijn eigen gedachten te ordenen dan die van elkaar. Zal wel in de aard van het beestje zitten. Ook vond ik het een eyeopener waarom ons intranet slechts beperkt functioneert. Dat is volgens Van den Berg een instrument van de Staf om de Lijn te informeren. Top down dus, meer de roeptoeter dan een instrument tussen de medewerkers onderling. Een wiki kan die functie wel vervullen, al zal enige monitoring noodzakelijk zijn, dat heeft Wikipedia recent ook besloten. Beide instrumenten zijn vormen van kennisdelen, waarbij de Wiki zelfs kan bijdragen aan kennisontwikkeling.
(Mijn 23-dingen opdracht heb ik besteed aan favoriet Willem Arondeus. Achteraf besefte ik dat ik meer een column of blogpost had geschreven dan een wiki, dus ik heb de bijdrage zoveel mogelijk gerepareerd. Was sich liebt, das neckt sich.)

maandag 17 augustus 2009

ding #10

Uitstekend artikel van Harry van Vliet: De taal van Cultureel Erfgoed, helder geschreven en laat vele voor- en nadelen van social tagging goed zien. Een aanrader. Een element wordt in het artikel niet genoemd, terwijl het artikel zelf er een goede illustratie van is: de tijdelijkheid van social tagging. Zo vermeldt het recent (voorjaar 2009) voorbeelden die nu al niet meer on line te vinden zijn, zoals VerhalenAltaar en Emotioneel Stadsplein. Ik kan me goed voorstellen dat mensen graag hun kennis uitdragen en tags toevoegen of zo hun eigen expowillen samen stellen, maar wanneer je merkt dat al je inspanningen kennelijk voor niets zijn geweest omdat een website uit te lucht is, hou je er snel mee op.
Wel vervelend is dat veel websites die taggen mogelijk maken tegelijk je identiteit willen roven. Je moet je eerst aanmelden voor je kunt inloggen en bij de registratie vragen ze de hemd van je lijf. Soms zelfs wat je verdient. Het lijkt Sandra67 wel.

ding #9

De kern van Web 2.0 is de interactieve relatie van zender en gebruiker, waarbij de gebruiker / ontvanger feitelijk zender wordt en omgekeerd. Technieken als het geautomatiseerd binnenhalen van informatie via RSS horen daar niet echt onder. Het is net als met de krant die 's morgens binnenkomt, zij het dat ik met RSS de onderwerpen van de krant van te voren zelf kan samenstellen. Bloggen en twitteren beschouw ik als een individuele bezigheid, tenzij bijvoorbeeld een cultureel ondernemer met behulp van een blog de medewerkers wil informeren en inspireren en reacties wil uitlokken.

Voor collectiebeherende instellingen als het Nationaal Archief vind ik vooral het met behulp van user-generated content beter doorzoekbaar maken van collecties een belangrijke, door de omvang en potentie bijna revolutionaire, ontwikkeling. Hierdoor kunnen massabestanden vrij gedetailleerd, soms zelfs op bestanddeelniveau, toegankelijk worden gemaakt, waar de instellingen zelf nooit over voldoende capaciteit beschikken om hetzelfde resultaat te bereiken. Bovendien kunnen door tagging nieuwe zoekinstrumenten worden ontwikkeld en relaties worden gelegd. Hoe nuttig ook, het is en blijft natuurlijk een instrument náást de klassieke instrumenten. Zoals de televisie de radio niet heeft vervangen, en de computer niet teletekst (door 65% van de bevolking gebruikt, speciaal door jongeren) zal user-generated content op het gebied van toegankelijkheid ook niet in de plaats komen van de inventaris, maar hierop een welkome aanvulling zijn. Een van de beperkingen is natuurlijk wel de onevenwichtigheid, omdat gebruikers vooral bepaalde onderdelen van de collectie van nadere informatie zullen (willen) voorzien, terwijl het een taak is van een culturele instelling om de totale collectie toegankelijk te maken op een kwalitatief hoog niveau, i.c. de voor een juist begrip noodzakelijke context. Ik citeer dan ook van harte Nolda Römer-Kenepa, de nationale archivaris van de Nederlandse Antillen die in haar functie van ICA-vicepresident in Flash van juli 2009 schreef:
This so-called "Google Generation" completely separates form from content and is less concerned with whether the information originates from a book or a thousand year old manuscript; all they are interested in is the information contained within these two forms. In the end, not only will uniqueness, value and relevance of archival information go by unnoticed but people will also ignore the value of specialized skills, essential for preservation and managing of records, the main sources of information. If we do not act soon, these developments will have negative consequences for the image of the archivist of the 21st century. We do not want to run the risk that in the public view the archivist will become some sort of an assistant, a mere provider of content to an e-technician who is responsible for the creation of electronic information.

User-generated content wordt ook dikwijls geadverteerd als wisdom of crowds. Behalve dat ik in de geschiedenis van de mensheid alleen het omgekeerde van de wijsheid van de massa ben tegengekomen, vergeet men doorgaans dat James Surowiecki die dit begrip muntte (en voor hem Pierre Levy met de term collectieve intelligentie) voorwaarden definieerde waaraan voldaan dient te worden om de theorie van de wisdom of crowds te laten werken en dat het begrip bovendien niet de productie van kennis betreft, maar een instrument voor specifieke typen besluitvorming. Net als economen gaat hij uit van een volkomen situatie; waar crowdsourcing misgaat, ligt dat aan de onvolkomen omstandigheden, niet aan de theorie of de analyse. En ach, we weten toch al eeuwenlang: twee weten meer dan één en het fgeheel is meer dan de som der delen.

Tot slot user-generated content als verhalenfabriek. Tijdens mijn oral-history training al weer enkele decennia geleden werd ik bewust van de beperktheid van mondelinge traditie en historisch geheugen. De inkt van The Voice of the Past van pionier Paul Thompson was nog maar net droog. Dat hoeft het gericht vastleggen van herinneringen niet in de weg te staan, integendeel, het is uiterst wenselijk vooral waar documenten ontbreken of schaars zijn, maar het dient wel professioneel te gebeuren, wil het voor derden enige waarde als bron hebben. We zien bovendien oral history nogal vaak hand in hand gaan met politieke ambities, bijvoorbeeld in Afrikaanse landen. Waar we het publiek praatjes bij plaatjes vragen, kunnen we spelenderwijs belangrijke informatie vergaren en onze collectie verrijken, soms zelfs corrigeren, maar het willekeurig verzamelen van herinneringen heeft volgens mij weinig meer nut dan - gerechtvaardigde - klantenbinding en marketing. User-generated content als verstrooiing.

Samenvattend: web 2.0 is een belangrijke ontwikkeling waarvan we de impact nog niet eens kunnen overzien en die zeker een revolutie voor het ontsluiten van collecties betekent. Maar dat betekent nog niet dat we voortaan zonder professionals kunnen. Integendeel, we zullen ze harder nodig hebben dan ooit.

ding #8

Document sharing via Google Docs of alternatieven kan soms heel handig zijn. Zo ken ik een streekarchivaris die dagelijks moet wisselen van standplaats om in diverse gemeenten de functie van gemeentearchivaris te vervullen. Door standaard in Google Docs te werken heeft betrokkene altijd de beschikking over alle relevante documenten en kan bovendien op verschillende werkplekken aan hetzelfde document worden doorgewerkt.
Naast dergelijke voordelen, zie ik ook de nodige nadelen. Zo kun je niet over je documenten beschikken wanneer de internetverbinding hapert (of erg traag is, wat in het buitenland zelfs in gerenommeerde hotels vaak het geval is). Voorts zijn er slechts zeer beperkte opmaakmogelijkheden. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk te werken in een huisstijl wanneer een lettertype moet worden gebruikt dat Google Docs niet aanbiedt. Je kunt bij Google Docs trouwens alleen kiezen tussen 10 of 12 punt; 11 punt bestaat niet. Wanneer je een document importeert, gaat al snel de hele lay-out verloren en niet alleen vanwege een andere letter. Zo is het onmogelijk teksten rond tabellen te laten lopen (wel langs afbeeldingen). Voorts kun je slechts documenten tot een half Mb importeren. Daarna kunnen alsnog afbeeldingen tot 2Mb worden ingevoegd, maar dat levert nodeloos extra werk op. Dan maar liever de usb-stick. Omdat ik de opmaak van documenten erg belangrijk vind, zie ik Google Docs vooral als een kladblok. Handig om wanneer dat nodig is met meer personen aan één document te werken (maar mijn ervaring leerde dat deze methode slecht van de grond kwam) of op meerdere locaties over informatie te kunnen beschikken (hoewel, probeer in de trein maar eens aan een Google Doc te werken; dan is de stick echt handiger), maar daarna komt het echte werk. In Open Office uiteraard.

maandag 10 augustus 2009

ding #7

Het is al weer zo lang geleden dat ik plaatjes aan Panoramio toevoegde, dat ik het was vergeten. Plaatjes op Google Maps en Google Earth zijn natuurlijk reuze handig. Zo heb ik vorig jaar de gehele kust van Andalusië afgegraasd tot ik een stadje vond zonder flatgebouwen en heb ik daar dus een appartement aan het strand gehuurd. Maar je ziet hoe in de afgelopen jaren het aantal plaatjes zo groeit, dat je nauwelijks nog een omgeving kunt bekijken of enorm moet inzoomen. En als je een set volgt, zit je voor je het weet in een reeks foto's niets te maken hebben met het gebied dat je wilt verkennen.
Venster op de Vecht (http://www.vensteropdevecht.nl/index2.htm) is een aardig project waarbij allerhande cultuurhistorisch materiaal aan elkaar wordt gekoppeld (kaarten, documenten etc.). Het project is al weer enkele jaren oud, maar diende als inspiratievoorbeeld hoe het Nationaal Archief met de collectie kan omgaan bij de aanvraag (in samenwerking met o.a. departement Informatica en Informatiekunde van de Faculteit Bètawetenschappen van de Universiteit Utrecht en de Virtual Knowledge Studio for Humanities and Social Sciences, KNAW) voor het georefereren van onze kaartencollectie.

maandag 3 augustus 2009

ding #6-2

Een foto toevoegen uit Flickr kan pas zodra de foto is geaccepteerd. Dat duurt enkele dagen en daarmee ook mijn blog. Ik heb gekozen voor enkele archiefstukken die wel inhoudelijk interessant zijn, maar weinig of geen picturale waarde hebben. Dat is ook te zien aan het aantal reacties, nihil, en het aantal views: twee tot vier, terwijl een tag als "tamil" toch bij een flinke groep de nieuwsgierigheid moet opwekken. Bij multiuser collega Yvette (12.162 uploads) is het niet anders, ook daar doorgaans een tot vier views bij documenten, terwijl de gravure "Several ways of torture by the inquisition" met allerhande opwindende tags als "hanging, burning, cardinal, pijnigen, inquisitie, martelen, strangulation" 143 keer werd bekeken.

Het oudste gedrukte stuk in het Tamil: het gebed het onze vader:
VOC_INV_NR_9868
versus een plaatje van zeloten:
Several ways of torture by the inquisition