maandag 16 november 2009

ding #18


Met het ordenen van boeken begon ik al tijdens mijn middelbareschooljaren. Groene plakbandjes voor literatuur, oranje plakbandjes voor geschiedenis, gele plakbandjes voor (populair) wetenschappelijke publicaties. Zolang ik een beperkt aantal boeken bezat, was dat eigenlijk overbodig. Ik had het overzicht in mijn hoofd, maar ordenen is vooruitzien. Toen het aantal boeken gestaag groeide, had ik echter zoveel tijd nodig om ze te lezen, dat ik de plakbandjes even gestaag achterwege liet, niet in het minst omdat ik begon te beseffen dat boeken vaak onder meerdere kleuren konden vallen. De video van Wim de Bie is daarom erg herkenbaar. Catalogiseren was zinloos. En hoe vaak komt het nu helemaal voor dat je een uitgelezen boek nog eens ter hand nam. Dat classificeren is ook eigenlijk een 19e eeuwse afwijking die samenhangt met schedelmeten: Lombroso voor de boekenplank.

Het taggen van boeken in een digitale omgeving maakt het allemaal wat makkelijker, want daar gaat het om vinden in plaats van ordenen. Maar hier geldt een nieuwe beperking: zolang je minder dan 200 boeken invoert, is invoer in een zoeksysteem onzinnig want die ken je immers uit je hoofd, en wanneer je er meer dan 200 wil invoeren, gaat de meter lopen. Net als zo vele andere webapplicaties gelden hier de wetten van de pusherman: geef een beetje gratis weg en incasseer zodra de gebruiker er afhankelijk van wordt. Want je virtuele catalogus bestaat natuurlijk alleen zolang je er voor betaalt. Geen geld geen Zwitsers, dus zodra je de betaling staakt gaat je zorgvuldig opgebouwde catalogus dezelfde weg als de DIVA discussielijst. Voor mij persoonlijk heeft LibraryThing dus weinig nut. Ik heb het echt geprobeerd, maar het licht niet gezien. Zo kwam ik in LibraryThing bij een zoektocht op Hamlet in een wirwar van mogelijkheden, waaronder de groep De Globe, met talloze personen die schrijven hoe goed ze het toneelstuk vinden (dat wist ik al), maar weinig informatie waar je iets aan hebt. Dan kun je toch beter rechtstreeks googelen en met een beetje geluk kom je al snel bij YouTube terecht met de historische Laurence Olivier vertolking en dan kom je echt voor de gewetensvraag: wat was beter, het boek of de film.

Maar LibraryThing gaat natuurlijk helemaal niet om boeken; het gaat om het sociale netwerk waarbij het boek het excuus is om contacten aan te knopen.
Voor intensieve boekenlezers zal LibraryThing vast een handig hulpmiddel zijn. Hoewel? Nadat ik het boek Kees de Jongen van Theo Thijssen heb toegevoegd, vind ik echt niet dat 18 december a.s. in Haarlem het op dit boek gebaseerde toneelstuk van Gerben Hellinga opnieuw in premiere gaat.

Vorige maand heb ik dan eindelijk na het opknappen van de zolder 40 verhuisdozen met boeken uitgepakt. De meeste zaten al meer dan tien jaar te wachten om het daglicht te zien. Je kent dat wel: je wilt ze niet weggooien (van sommige weet ik dat er slechts enkele in Nederland bestaan) maar om nou te zeggen dat ik ze erg gemist heb, niet echt. Alleen die ene natuurlijk, voor dat onbewoonde eiland.

maandag 2 november 2009

ding #17

Genealogie is voor mij het meest gevaarlijke onderdeel van 23 Archiefdingen. Sinds mijn middelbare schooltijd is genealogie al mijn hobby (na deze bekentenis word ik door mijn collega's gelijk niet meer serieus genomen, vrees ik) en sinds 1971 lid van de NGV. Veel collega's waren toen nog niet eens geboren. Ik herinner me een gesprek met Joyce Pennings rond 1995 die me vertelde dat het Algemeen Rijksarchief (waar ze toen nog werkte) een klantenonderzoek had gehouden waaruit bleek dat genealogen de belangrijkste bezoekersgroep waren, maar dat dit rapport voorlopig geheim werd worden. Waarom heb ik nooit begrepen. Unwelcome information.
De nieuwe webmogelijkheden verleiden je als genealoog bij 23 dingen opdrachten al snel tot allerlei tijdvretende zijpaden. Desondanks had ik me nog nooit bij StamboomForum aangemeld. Gelijk maar gedaan. Over het NA wordt in mijn beleving weinig gediscussieerd. Zoveel biedt het NA stamboomjagers ook niet in vergelijking tot andere archiefinstellingen. Het Brabants Historisch Centrum en het Stadsarchief Amsterdam bijvoorbeeld doen het op genealogisch gebied veel beter. Dat zijn sites waar ik zelf geregeld langs kom. Ik ben dan ook niet verbaasd dat gebruikers van ArchiefForum de NA website met een 5,5 waarderen. Bij de laatste 400 websiterecensies zat er één bij over het NA en die ging dan nog over Genlias. Ik verwacht wel dat dat straks verandert met de nieuwe NA4all-website waarin ook onze vele verstopte indices in één keer doorzoekbaar worden. Want het NA heeft natuurlijk wel veel te bieden. Nu al, maar zelfs zoekmachine Hennekam kwam er pas in augustus achter dat de NA-website een handige pagina bevat waarin op trefwoord onze indexen gevonden kunnen worden: http://www.nationaalarchief.nl/collectie/help/atotz/. Kenmerkend: ik wist het zelf ook niet.
En natuurlijk komen genealogen niet alleen maar halen. Ze komen maar al te graag ook veel brengen. Genealogen zijn gratis medewerkers voor het aanleveren, verbeteren en koppelen van de data. De ideale onbezoldigde web 2.0 medewerkers. In een archief 2.0 omgeving ben je dan meteen af van een vervelend trekje van genealogen: het eindeloos lastig vallen van derden van personen in hun stambomen, dat in studiezalen bovendien vaak nogal luidruchtig gebeurt, waardoor zowel onderzoekers als studiezaalmedewerkers radeloos worden. Een inmiddels gepensioneerde collega in Amsterdam begon zijn bezoekers zelfs te slaan en mocht daarom geen studiezaaldiensten meer draaien. Een fysieke scheiding van de typen bezoekers, zoals steeds meer archiefdiensten hebben doorgevoerd, doet natuurlijk ook wonderen. Een combinatie van archief 2.0 en genealogie 2.0 zorgt ervoor dat de genealogen elkaar bezig houden en wij ons wat meer op de wetenschappelijke onderzoekers kunnen richten. Het zijn overigens geen elkaar uitsluitende bezoekersgroepen. Er zijn er genoeg die net als ik tijdens werkuren de wetenschap dienen en in de spaarzame vrije uurtjes de voorouders. Mooie gedachte toch wel, vandaag op Allerzielen. Zullen we daar dan maar meteen de Nationale Genealogendag van maken?

zaterdag 24 oktober 2009

ding #16

YouTube is uiteraard een fundgrube voor allerhande onderwerpen. Wanneer je eenmaal op YouTube zit dreigt het gevaar dat je zo maar enkele uren kwijt bent. Het is leuk om je potentiële vakantiebestemming te bekijken, dikwijls zelfs inclusief video's van het beoogde appartement of hotel. En uiteraard kun je de solisten opzoeken van het concert of de opera die je van plan bent te bezoeken. Altijd wel iemand die stiekem vanaf het balkon een wazig filmpje heeft geschoten. En uiteraard een plek om video's te droppen die je op een eigen website of weblog wil afspelen. Zo heb ik al weer enige tijd geleden een videoportret uit 2002 over mijn vriend Fred Blei vanaf VHS gedigitaliseerd op YouTube gezet en in zijn website laten opnemen. (Waarom schildert iemand zijn leven lang hetzelfde thema). Oké, zijn website behoeft dringend vernieuwing, maar is er nog eentje met uurtje factuurtje ipv cms. Ga ik volgend jaar misschien wel wat aan doen als ik tijd vind. Nu opnieuw een kans om de video te embedden.

Heeft het Nationaal Archief nog iets aan YouTube en andere videohosting sites? Hier speelt vrijwel hetzelfde als bij podcasting: wat je niet hebt, kun je niet geven. Instructiefilmpjes zijn altijd mogelijk. Recent is de Ketelaarlezing door Martin Berendse op YouTube gezet. Goedgemeend, maar wie gaat anderhalf uur lang die negen video's bekijken? "Sis-is TV mèn." Het lijkt wel de goeie ouwe stoomtelevisie: radio met een plaatje. Zonder bewegend beeld is een audio potcast voldoende en eventueel een foto op de plek waar je de potcast kunt downloaden. Laat ik nog maar eens de heilige regel herhalen: Form Follows Function.

ding #15

Podcasts zijn natuurlijk reuzehandig. In de oudheid moesten we brieven sturen en geld overmaken om een cassettebandje te krijgen van een bepaalde radiouitzending. Erg omslachtig allemaal en slechts beperkt aangeboden. Radio on demand en TV on demand zijn steeds breder verkrijgbaar. En uiteraard al die music on demand. Probleem is alleen al die leuke dingen af te luisteren. Ik had al enkele podcasts op mijn Netvibes gezet, maar moet bekennen nog nooit vanaf deze plek een podcast te hebben gedownload. Zoiets doe je als het nodig is. Zoals dit voorjaar tijdens de halfjaarlijkse ontmoeting van mijn middelbareschoolvrienden. Deze keer was ik weer aan de beurt een programma te bedenken en ik koos voor een rondleiding door het Olympisch Stadion waar ik tenslotte naast woon. Het Olympisch is de laatste jaren steeds actiever geworden, heeft een uiterst leuke "experience" van 100 jaar sportgeschiedenis, inclusief rondleiding waar je alle sportspullen van je oude en nieuwe helden kunt bekijken. Daarnaast bieden ze een doe-het-zelf rondleiding in de omgeving op een audiospeler aan die je ook kunt downloaden vanaf Stadionplein FM in samenwerking met Radio/TV Noord-Holland. Wie een leuke wijkwandeling door de sportgeschiedenis wil kan de podcast hier rechtstreeks downloaden. 100Mb in Zipformaat.
Of podcasts iets voor archiefbeherende instellingen is? Zeker wel, wanneer je over leuke geluidsopnamen en video's beschikt. Voor het Nationaal Archief zal het alleen interessant zijn om bezoekers te begeleiden met hun onderzoek. Al vele jaren geleden zijn alle audiovisuele opnamen in beheer gegeven van wat nu Beeld en Geluid is, zonder een degelijke lijst op te stellen wat van het NA is. En aan de zorgdragers is zo vaak standaard verteld dat het NA niet de mogelijkheden heeft deze cultuurschatten deugdelijk te bewaren, dat ze doorgaans automatisch naar Beeld en Geluid gaan zonder tussenkomst van het NA. Zoals vroeger de "documentatie" gescheiden werd van de "archieven". In de regel werd elk drukwerk gezien als niet-archief. En het ministerie van Koloniën maakte een onderscheid tussen liggen en staan. Al het kaartmateriaal dat liggend was geborgen ging naar het Algemeen Rijksarchief. Alle kostbare atlassen en andere werken die rechtop stonden, werden geschonken aan de Rijksuniversiteit Leiden. Zonde zonde zonde. Wat zijn we toch veel mooie dingen misgelopen in de loop der jaren.

ding #14

Mijn eerste chatsessies dateren al weer van een kleine 15 jaar geleden. Dat was nog bij De Digitale Stad, DDS, de internetpioniers in een soort kleuren-DOS. De website, de stad, was opgebouwd in pleinen waaraan huizen lagen waarin van alles kon gebeuren. Nog steeds een ijzersterk model vind ik. Je had een postkantoor waar je berichten kon ontvangen en er waren verschillende café's waar je personen kon ontmoeten die in dezelfde soort informatieuitwisseling waren geïnteresseerd. Een openbare box, waar ook toen al werd gezeurd, geflamed, gescholden, gekankerd, gepest. Het "zullen we even apart gaan" duurde doorgaans niet lang en de meeste teksten kwamen niet veel verder dan wie ben je en wat doe je hier. Een beetje de gebruikelijke tekst die uit mobieltjes komt, dus hier bewijst zich een oerdrang van de mensheid. En als in een echt café waren er de habitué's die vonden dat ze de baas waren. Kennelijk al vanaf de start internet verslaafden. Die verschillende café's, bijvoorbeeld voor programmeurs, vrouwen, etc. sorteerden de bezoekers wel enigszins, maar waren toch na de eerste bezoeken weinig interessant. ICQ was een hele verbetering, je kon je eigen vrienden selecteren en sorteren. Maar in mijn werkelijke leven had en heb ik er weinig behoefte aan. Een telefoontje vind ik prettiger. Wel zag ik gelijk de uitdaging dat vrienden en familieleden die op grote afstand van elkaar wonen zo goedkoop rechtstreeks contact met elkaar kunnen onderhouden. Skype heeft die functie feitelijk onnodig gemaakt, al biedt IM vele extra mogelijkheden als het versturen van foto's en video's, maar dat kun je ook via e-mail. Voor een archiefbeherende instelling is een chatbox in feite niets anders als de medewerker aan de telefoon, of de 19e eeuwse meneer die brieven beantwoord of de 20e eeuwse mevrouw achter de infobalie in de studiezaal. U vraagt, wij draaien. Al@din bewijst dat IM desondanks een belangrijk instrument kan zijn. Je hebt er wel een enorme organisatie op de achtergrond voor nodig, want zoals bekend kan één dwaas meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden. Steeds vaker zal het antwoord moeten worden gegenereerd. Wanneer je in Al@din alleen maar als vraag het woordje "ja" intypt, krijg je nu al een hele reeks zinnige antwoorden. Het Nationaal Archief lijkt me te klein om zo'n instrument in de lucht te houden. Het zou een Archief 2.0 instrument moeten zijn van alle archiefinstellingen, misschien zelfs gekoppeld aan de bibliotheken. Uiteindelijk zit Beeld en Geluid ook in Al@din.

ding #13

Twitteren is niets voor mij. In het lesmateriaal las ik dat het echte leven zich tussen blogpost en e-mail afspeelt en dat twitter daarvoor het instrument is. Nou bij mij niet dus, mijn leven ziet er toch heel anders uit en daar heb ik geen instrument voor nodig. In de media lees ik regelmatig dat twitteren niets is voor de jeugd, maar voor twintigers en dertigers. Wat twitteren voor archiefbeherende instellingen kan betekenen om beter en actiever met het publiek te communiceren, kan ik niet overzien. De "beste voorbeelden" die in de cursus gegeven worden, TweetDeck en Twhirl (het lijkt wel een komisch duo) zijn kennelijk inmiddels al weer opgeheven. De sociale gevolgen van twitteren worden vaak onderschat. Wanneer je iedereen vertelt dat je op vakantie bent, maak je het potentiële inbrekers wel heel gemakkelijk, maar dat geldt bijvoorbeeld ook voor al die vakantie blogs en (rouwadvertenties in de krant). Deze week nog bleken de sociale gevaren voor Ajax-voetballer Gregory van der Wiel, die vanwege een hersenschudding afzegt voor de oefenwedstrijd van Oranje in Australië en ondertussen twitterde dat hij Heineken Music Hall het concert van rapper Lil’ Wayne bijwoonde. Na alle ophef besluit hij zijn laatste tweet met "I am done with twitter, adios". Een soortgelijk incident speelde zich af bij een collega die met ziekteverlof was. Als twitteren al een handig instrument zou worden, moeten we er in elk geval nog mee leren omgaan en alert worden c.q. blijven op onbedoelde gevolgen. En dan blijkt het echte leven ineens toch niet meer (alleen) tussen blogpost en e-mail te zitten.
Tot slot nog een opmerking over de cursus. Wanneer in het cursusmateriaal staat "nadat je enkele dagen met Twitter bezig bent geweest", klopt de opzet dan nog wel dat voor 23-dingen 50 uren zijn ingeboekt? Ik ben daar al ver overheen en nauwelijks op de helft.

vrijdag 23 oktober 2009

ding #11 en #12

Al enige tijd heb ik ervaring met wiki's, zowel als gebruiker als productent. Het artikel Wiki beste kennistool voor bedrijven van Rudolf van den Berg was voor mij in zoverre leerzaam dat het helder uitlegt wanneer je een wiki moet inzetten en wanneer niet. Om die reden is de Wiki Nadere Toegangen een succes (want instrument om kennis te delen tussen alle participanten) en de wiki Collectiebeheer niet (omdat ik controle wilde houden over de (aanpassingen van) de content). De Wiki Collectiebeheer was meer een instrument om mijn eigen gedachten te ordenen dan die van elkaar. Zal wel in de aard van het beestje zitten. Ook vond ik het een eyeopener waarom ons intranet slechts beperkt functioneert. Dat is volgens Van den Berg een instrument van de Staf om de Lijn te informeren. Top down dus, meer de roeptoeter dan een instrument tussen de medewerkers onderling. Een wiki kan die functie wel vervullen, al zal enige monitoring noodzakelijk zijn, dat heeft Wikipedia recent ook besloten. Beide instrumenten zijn vormen van kennisdelen, waarbij de Wiki zelfs kan bijdragen aan kennisontwikkeling.
(Mijn 23-dingen opdracht heb ik besteed aan favoriet Willem Arondeus. Achteraf besefte ik dat ik meer een column of blogpost had geschreven dan een wiki, dus ik heb de bijdrage zoveel mogelijk gerepareerd. Was sich liebt, das neckt sich.)